Kom mee naar buiten! #Blog #Petra

“Ik ga je inhalen!”, schreeuwt mijn jongste! En ík doe alsof ik op een motor zit en haar heel hard voorbij zoef. Ze schreeuwt het uit van plezier! En haalt me in. Haar kleine benen trappen en trappen.

Het is de laatste dag van de vakantie en ik ben met de kinderen aan het fietsen. We hebben een mooi natuurterrein achter ons huis. We fietsen een stukje de straat uit, nemen een bospaadje en kunnen heerlijk fietsen of wandelen.
Mijn oudste stopt bij een hek. “Probeer je weer te voelen of het schrikdraad is?”, vraag ik. Hij vindt het altijd interessant dat schrikdraad. “Nee hoor, ik kijk naar de paarden”. Er staan prachtige paarden in de wei. We lachen om de gigantische keutels die ze hier en daar hebben achtergelaten. De bijbehorende stank vinden we dan weer wat minder. We fietsen verder.

Bij de speeltuin stappen we af. De kinderen rennen meteen naar de draaimolen. “Kijken jullie uit!”, roep ik. En ik heb er eigenlijk direct al spijt van dat ik het heb geroepen. Want ze kijken uit. Ze zijn al honderden keren op deze draaimolen geweest met z’n vieren. En ja, het is best een eng gezicht om te zien hoe ze keihard remmen met de daarvoor bestemde stangen. En nee..er is nog nooit iets gebeurd. “De trein gaat vertrekken! Schiet nou eens op!”, roepen ze naar elkaar.
Ik besluit mijn vest uit te trekken. Wat is het heerlijk warm. Even bijbruinen hoor en ik ga met mijn gezicht in de zon zitten. ‘Mam, wil je ons duwen?” Ze zijn met z’n vieren in een autoband geklommen, een schommel, en ze willen dat ik ze ‘even’ duw. Goh, ik heb mijn work out voor vandaag ook weer gehad. En wat vinden ze het leuk.
1 Zoon besluit om niet meer mee te doen. Hij gaat bloemen plukken om z’n fiets te versieren. Het is een heel gepriegel, maar uiteindelijk heeft hij ze achter zijn handrem en bel vast weten te maken. Ook ik krijg een klein bosje madeliefjes. We vragen ons af waarom sommige blaadjes roze zijn in plaats van wit. “Het komt vast van de zon”, zegt hij.

We lopen een stukje verder en kijken bij de kippen. “Kijk wat een grote kip!”, roepen ze. De oudste bedenkt dat we die wel kunnen nemen. Ik wil graag kippen bij het huis, maar omdat we ook een kat hebben lijkt me dat een lastige combi. Maar hij heeft van opa gehoord dat het wel kan als je een groter soort neemt. Als de kinderen doorhebben dat de kippen gras lusten wordt er druk heen en weer gerend naar een grasveldje en druk gevoederd.
We rusten uit op een bankje. Wat een leuke spreuk hebben ze erop geschilderd; ‘Zullen we iets doen of iets laten’. Na de vele grapjes over scheetjes laten maak ik er een paar foto’s van. Hij is te leuk om te vergeten.

Bij de kinderboerderij vragen we ons af waar de geiten toch zijn. Even verderop lees ik op een papier dat de geiten drachtig zijn en achter een hek zitten. Ik leg uit wat er aan de hand is en we lopen naar ze toe. “Ik zie de baby’s!”, zegt mijn dochter van zes. “Welnee…dat kun je helemaal niet zien!”, roept de rest. Ze wijst naar de bulten aan weerkanten van de geitenbuiken en de anderen moeten het nu ook toegeven. We zien de geitenbaby’s. Ik vertel ze dat je het ook goed kunt zien aan de ‘borsten ’van de geiten moeders in spé. Die uiertjes zijn klaar om melk te geven.
En over baby’s gesproken. Vlakbij ons komt een schattige rij babyganzen aangewaggeld met hard kwakende en blazende ganzen ouders erbij. We kijken er van een afstand naar. Wat een schatjes! De kinderen besluiten de volgende dag de juffen niet alleen over de vakantie naar Griekenland te vertellen maar ook over de babyganzen. We hebben het over de schutkleur van de gansjes en fietsen weer verder.

Dan zien we een vogel die minder geluk heeft gehad. Op het fietspad ligt een dode specht. “ Het zal de specht toch niet zijn die ik altijd zo gezellig achter het huis hoor timmeren?”, denk ik.
Zoonlief legt er een paars bloemetje op. Maar vindt het nu een nog zieliger gezicht. Hij kijkt sip.
Zijn grote broer knielt ernaast. “Hij ruikt naar Linus!”. Linus is onze kat. De dader is snel gevonden geloof ik. CSI is er niets bij. Hij blijft erbij dat een kat dit moet hebben gedaan. Er zit een gat in z’n buik. Er worden nog meer bloemen neergelegd. “Was dit een kip geweest??!”, roept de kleinste nog even. De anderen leggen uit wat het wel is en vragen of ze nog een wens voor hem heeft. Ik zie haar mompelen met haar ogen dicht. Ik zie dat ze mompelt ‘vogel’ en ‘wens’.
“Wat heb je gewenst”, vraagt haar broer.
“Dat het een lieve vogel is”, zegt ze plechtig. En dat vinden de anderen ook. “En zielig!”

Wat is er toch veel te zien en te beleven, gewoon in onze ‘achtertuin’.
“Kom”, roep ik. “We fietsen door naar de bakker. Gaan we lekker lunchen in de tuin!”

Groetjes Petra

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s